Schrijven

Taal is een schitterend ding. Ik overleef met taal. De boeken die ik verslind zijn mijn adem, mijn visioenen, mijn zonsopgang. Wijlen mijn moeder zei altijd: “‘n boeksken en een blaadje”. Soms verwijtend zei ze dat, omdat er altijd wel wat beters te doen valt dan lezen; vaak liefkozend zei ze dat: zie hem ‘s zitten, zo stilletjes.

Wie een pen kan hanteren is daarom nog geen schrijver en wie een fototoestel kan hanteren is verre van een fotograaf.

Maar schrijven kan ik als de beste, misschien wel zo goed en zo eigengereid dat het over de hoofden heen gaat. Geen erg. Geen parels voor de zwijnen.

Dat heb je weer prachtig verwoord…ik sta altijd verstomd waar je die lyrische woordenschat vandaan haalt en het is precies alsof al die woorden uit je pen “stromen” . In één zin beschrijf je perfect je gevoelens en iedere zin zindert van de emoties (een lezer over Guido Bouckaert).

Over luchtvaart schreef ik voor het eerst in 1983 in Aviastro, het tijdschrift van de Belgische Koninklijke Aëroclub, dat had als ondertitel, pour les Flamands la même chose, La conquête de l’air. In een nederlandstalig artikel had ik het over de Cessna C-303, in een ander over de vliegshows dat jaar in België.

1

 

Een Hollandse uitgever uit Best, benaderde mij begin de jaren tachtig van de vorige eeuw met zijn tijdschrift  De Privé-Vlieger. Ja; dat was ik intussen, privé-vlieger. In de eerste helft van de tachtiger jaren, schreef ik geregeld in zijn uitgave maar ook gaf de brave man luchtvaartboeken uit, onder meer een boek over meteo voor privé-vliegers dat ik voor hem had geschreven maar daar is geen exemplaar meer van te vinden in mijn archieven. Jammer.

2

 

Intussen vloog ik aan het eind van de jaren tachtig ons oldtimertje, de OO-VDM, een Jodel D-11-09. Het staartwielvliegtuigje was gekend als ‘Het Gele Gevaar’ en op het staartvlak stond een hele mooie Marsupilami geschilderd. Na verloop van tijd waren torquesleutel, leak-test en bindtang geen loze begrippen meer voor mij.

Maanden van gedwongen inactiviteit wegens zwaar ziek aan het eind van de jaren tachtig in de vorige eeuw, gaven me de gelegenheid mijn eerste boek te maken; het bevatte 24 stukjes over luchtvaart waarbij het alfabet werd gevolgd. De titel ervan luidde heel toepasselijk: “Tussen Hemel en Aarde”.

0

 

Voor niets gaat de zon onder, ik was al lang blij dat ik kon publiceren. Maar het Hollandse blad ging over de kop en daar zat ik dan. Geen erg, wat die Hollandse meneer kon, dat kon ik ook, zo dacht ik, en ik begon het allerkleinste luchtvaartblad ter wereld: Aeroscript.

3

 

Aeroscript hield het 25 driemaandelijkse uitgaven vol, raakte bekend als heel ‘n hoogstaand luchtvaartmagazine en draaide hobbygewijs op medewerkers die nu in de luchtvaart en in de grafische wereld toonaangevende vaklui zijn.

9

 

De jaren negentig waren schitterend. Niet alleen redigeerde ik nu Aeroscript; artikels van mijn hand verschenen in gerenomeeerde uitgaven als Snoecks en EOS, en in diverse huisbladen van luchtvaartbedrijven in diverse talen.

8

 

Intussen was ik de man die ‘s werelds beste luchtvaartfotograaf K. Tokunaga alhier introduceerde. Nu claimt iedereen met de Japanner bevriend te zijn, dat zal dan wel, dat hindert mij nu niet meer.

4

 

Intussen vloog ik het eigengebouwd vliegtuig, een Brandli BX2, stof voor hele vele verhalen. Hoe ik bij de high speed taxi testen onverwacht en prematuur even het luchtruim koos. Hoe bij de eerste testvlucht de motorkap klapte als een deur in de wind, en dan de text-book emergency landing die lang zou blijven nazinderen in het hoofd.

Een nieuw millennium diende zich aan. In 2000 vloog Aeroscript air-to-air voor een artikel over de Stelio Frati F)22. De adrenaline van die vlucht pompte nog dagen na. Het artikel werd gepubliceerd in het Nederlandse vakblad Piloot & Vliegtuig. Mijn brede smoel gefotografeerd in dat vliegtuig hoog boven de Holland, stond meteen op de cover en zo floot ik dagen lang het melodietje na van Dr. Hook & the Medicine Show “on the cover of the rolling stone”.

5

 

Acht jaren heb ik voor Piloot & Vliegtuig geschreven, elke maand weer, tot een akelig dispuut zich voordeed. Zodra het conflict in de kortste tijd in mijn voordeel was uitgeklaard, werd ik gevraagd weer teksten in te dienen. Ik weigerde.

Intussen was ik in 2006 rond de wereld gereisd, het resulteerde in het boek: “vanwaar ik u ook schrijf”.

6 c

 

In Vlaanderen schoten de luchtvaartwebsites als paddestoelen uit de grond: AeroBel, Westwings, Fly for fun. Wat graag schreef ik columns voor ze die ikzelf erg smaakte tot op een dag Fly for fun op ging in hangar flying en ik na de eeuwwende enige jaren lang, uitvoerig en met veel zwier en zwaai voor deze Belgische internetsite, heb geschreven.

Schrijvend over luchtvaart kwam ik in vele vliegtuigen en bereikte zo op 13-6-2011 de kaap van 100 gevlogen vliegtuigen. Deze 100 vliegtuigen met telkens enige anecdotes, zijn verzameld in mijn boek “onderweg in 100 vliegtuigen”.

7 a

 

En plots was ik rond. Het hoefde allemaal niet meer. Ik had alles al gezien, meegemaakt, beleefd, … Wat nu ?  En zo omschreef ik mijn afscheid aan de luchtvaartjournalistiek: ik laat verslaggeving over luchtvaart voor wat het is om voortaan alleen nog het luchtruim te kiezen in het gezelschap van vrienden en gezin.

Maar dat was natuurlijk buiten de waard gerekend. Die waard heette Luchthavendagen Kortrijk-Wevelgem. Toen de organisatie mij vroeg om voor ze mijn pen te scherpen en mijn expertise ter beschikking te stellen, zei ik volmondig: ja.

En toen drukkerij Atalanta uit Roeselare mij vroeg voortaan hun jaarlijkse relatieagenda mee te redigeren, zei ik ook ja.

10Agenda 2014-1

Het leven zit vol verrassingen, en soms verras je jezelf. Ja, ja.

Zo ook, was het een verrassing toen in december van verleden jaar (2013) in vier dagen tijd, het kortverhaal De Rode Jurk uit de tekstverwerker rolde en het gedrukt vorm kreeg in een gratis verspreidde pocket. “Guido gaat succes oogsten met dit boek”, schreef een recensent. Hij krijgt gelijk!

DRJ-kaft-def.indd

Nog geen jaar later, is deze novelle aangevuld met twee kortverhalen, “Vlinders in de buik” en “Toen alles nog kon”. Twee kortverhalen die een zomer lang, allengs groeiden, zelfs tegelijk klaar raakten en  op 11 nov 2014, gepresenteerd werden in een verzamelbox tijdens een Gespreksronde in het clublokaal van RZAC te EBKT.

025-boekjes Guido-13112014 copy kopie

Dit Gebeuren werd talrijk  bijgewoond en liet een schrijver aan het woord in topconditie. GB had op aangeven van interviewer Frans Van Humbeek meteen de aanwezigen op zijn hand, deelde al ’s een kwinkslag uit,  was goed ter taal en bijwijlen bijzonder ernstig.  Zal die conditie leiden tot nieuwe fictie ?  ….

GuidoBouckaert